Blog

Tussen alle teksten voor anderen door is er soms tijd voor een eigen werkje. Een hersenspinsel dat even rond blijft hangen totdat ie het papier verdient en uitgroeit tot een column.

27
mrt 2019

39

Je bent zo oud als je je voelt! Ja, dat dacht ik ook heel lang, maar wat een dooddoener! Nu de veertig wel erg snel dichterbij komt, moet ik zeggen dat het toch allemaal een tikkeltje anders ligt.

Een vriendin, jaartje ouder, had ons jonkies al eens gewaarschuwd: “38 is nog oké, maar 39 voelt totaal anders. Dan voel je serieus dat die veertig toch wel gevaarlijk dichtbij komt…” Hmm, ik moest het nog zien. Had geen moeite met ouder worden. Ik zat nog nooit zo lekker in mijn vel als nu. Alles gaat voor de wind, ik ben slanker dan de tien jaar met kleine kinderen en heb ook nog het mooiste werk van de wereld. Los van wat maagproblemen voel ik me als een dartelend kalf dat na de winter voor het eerst naar buiten mag.

Maar goed, over die leeftijd… ik wilde het niet geloven, maar ineens is het daar en ook nog te vroeg ook! Zo aan de vooravond van mijn 39e verjaardag doet het toch meer pijn dan ik dacht… Niet het cijfertje an sich, maar dat lichaam, dat huisje waar ik al even lang in woon begint zich toch anders te gedragen.

‘Kun je het niet meer lezen!? Meen je!! Heb je een bril nodig?!’ Ik probeerde het nog wat te verdoezelen, maar het viel toch op blijkbaar dat ik het blad in een bepaalde onnatuurlijke stand beter kon lezen en dat mijn arm zich over de halve tafel had uitgestrekt.

Als dat het enige was dat aan deze, soort van, ‘middelbare leeftijd’ kleeft, oké dan. Maar helaas. Tot voor kort was ik nog in de waan dat ik in de categorie jonge moeder viel, maar regelmatig wordt me toch wel fijntjes duidelijk gemaakt dat die tijd voorbij is. “Je hebt rimpels mama, je wordt écht oud!” Of erger nog: je hoort gegniffel, gevolgd door een smalende lach omdat hun ‘wannabe-hippe-mama’ weer eens compleet de plank misslaat. Een moeder die het woord skeer in de mond neemt of de naam van die toffe winkel niet goed uitspreekt is natuurlijk allesbehalve cool…

Dan kijk ik naar mijn eigen lieve moeder. Niks niet oud, maar wel de zeventig gepasseerd. Bril op de neus, haar telefoon een meter van zich af, op zoek naar de juiste knoppen. Als je geluk hebt volgt er nog een knappe verbastering. Ik moet die vriendin gelijk geven. 39 is toch een dingetje. Misschien is dit wel het moment waarop je inziet dat je op je moeder gaat lijken…

En dan denk ik al snel: Ach, hoe erg is 39, 50 of 71 als je je af en toe nog piepjong voelt. Als je je (heel) soms nog net zo overenthousiast en stralend voelt als die vrouw van de Andrélon-reclame.

Misschien moet je sommige dingen niet meer willen, andere dingen accepteren, en gewoon genieten van je ouwe nieuwe ik…

25
feb 2019

Vrouwengriep

Zucht, puf, steun… wat heb ik een hekel aan dat geklaag bij een mannengriep. Van die lange, lage kreunen vanonder de deken en een diepe zucht bij elke beweging die het lamme lijf moet maken. Ik breng hem nog net een glas water, maar het beetje medelijden dat ik heb daalt telkens weer tot onder het vriespunt…
Want kijk naar mij: Altijd wat, dat wel, maar griep: nooit! Nou ja, bijna nooit want nu lig ik hier onder drie dekens, met twee pittenzakken en broek, trui en sokken in bed.

Even heb ik geprobeerd me groot te houden.. Even slapen en door! Maar helaas ging die vlieger niet op. Ik pak voor de vorm nog even een stofdoek, ga vervolgens een potje kaarten met zoonlief maar veel verder kom ik niet. De rest van de tijd beweeg ik me als een verdwaald schaap door het huis.

Mijn man ziet het aan. Zonder oordeel, zo lijkt het.. De schat maakt een kopje thee, poetst de wc schoon als ik mijn thee en ontbijt er niet veel later weer loos en aait me eens van een afstandje door m’n haar.
Ik voel een klein schuldgevoel opkomen.
Klappertanden zonder geluid is gewoon echt onmogelijk! Liggen zonder rugpijn ook en tja, dan ontsnapt er wel eens een kreun. En het eerste zonnige weekend doorbrengen binnen op de bank, daar moet ik gewoon soms even heel hard van zuchten..

Aan het eind van dag twee zie ik een andere blik in de ogen van mijn man. Ondanks dat zijn club niet gewonnen heeft, staat zijn gezicht op een kleine overwinning. Hij lacht een beetje om mijn gesteun en zegt dan quasi triomfantelijk: “Je begint al aardig op een man te lijken.”